cmda-bt / cmda-bt/fe-course-20-21

Samenvatting Hoofdstuk 4, 13 & 14

Open
#3 0 comments 0 reactions 0 assignees View on GitHub
Dominant language
No language data
Stars
30
Forks
2
PR merge metrics
No merged PRs in 30d

Description

- Chapter 4: Datastructures: Objects and Arrays
In javascript heb je een datatype die array heet. Dit is een lijst met verschillende waardes (tekst, nummers etc)erin en wordt aangeduid met []. Het eerste element binnen in de array heeft als index 0 in plaats van 1. Je kan arrays herhalen met een for-loop. Bijna alle Javascript waardes hebben eigenschappen. Er zijn uitzonderingen zoals “NULL” en “undefined”. De twee belangrijkste manieren om bij deze eigenschappen met Javascript te komen is doormiddel van een punt en vierkante haken. Zowel “value.x” als “value[x]” hebben toegang tot een eigenschap. Bij value.x dan is x de letterlijke naam van de eigenschap. En bij value[x] dan wordt de uitdrukking tussen de haken geëvalueerd om de eigenschap naam te krijgen. Eigenschappen die functies bevatten worden methodes genoemd met de waarde waartoe ze behoren. Je hebt bij het programmeren een zogeheten “stack”. Dit is een datastructuur waarin je waardes kunt stoppen en uit kan halen in omgekeerde volgorde. Waarden van het type “Object” zijn willekeurige verzamelingen van eigenschappen. Je kan objecten maken door accolades te gebruiken als uitdrukking. Binnen de accolades is er een lijst met eigenschappen die gescheiden zijn door komma’s. Dit betekend dat accolades twee betekenissen hebben in Javascript. Aan het begin van een statement starten ze een blok met statements. In elke andere positie beschrijven ze een object. Object waardes kunnen dus worden gewijzigd. Dit geldt echter niet voor “Numbers”, “Strings” of “Booleans”.
Een “Correlatie” is een maat voor de afhankelijkheid tussen statische variabelen. Dit is niet helemaal hetzelfde als een programeer variabele. In statistieken heb je vaak een reeks aan “metingen”, en elke variabele wordt door elke meting gemeten. De correlatie tussen de variabelen wordt uitgedrukt als een waarde tussen de getallen -1 en 1. Dat de variabelen niet gerelateerd zijn noem je een “Nulcorrelatie”. Als de correlatie een 1 geeft dan betekend dit dat de waardes perfect verwant zijn. Als je er dus 1 weet dan weet je ook de ander.

- Chapter 13: Javascript and the browser
Zonder een webbrowser zou javascript niet bestaan. Sinds de jaren 50 bestaan er al computernetwerken. De technologie om meerdere machines met elkaar te laten communiceren werd werkelijkheid in de jaren 80. Dit netwerk heet het internet. Een computer kan dit netwerk gebruiken om bits op een andere computer te schieten. De betekenis van de reeks bits hangt af van wat het probeert uit te drukken.
Een “Netwerkprotocol” beschrijft de communicatiestijl via een netwerk. Er zijn protocollen voor het versturen, ophalen of delen van mail. Het “Hypertext Transfer Protocol” (HTTP) is een voorbeeld van een van die protocollen. HTTP haalt benoemde bronnen op. Om dit op de juiste volgorde en op de juiste bestemming te laten komen is een vrij moeilijk probleem. Een “Transmission Control Protocol” (TCP) verhelpt dit probleem. Een TCP-verbinding werkt met poortnummers. De server (de pc die luistert) en de client (pc die verbonden is) kunnen een verbinding tot stand brengen door verbinding te maken met de doelmachine met behulp van het juiste poortnummer.
Het World Wide Web (www), niet te verwarren met het internet als geheel, is een reeks protocollen en indelingen waarmee we webpagina’s in een browser kunnen bezoeken. Om deel uit te maken van het web hoef je alleen maar een connectie te hebben tussen een machine en het internet en deze te laten luisteren met het HTTP op poort 80.
Elk document op het web wordt vertaald naar een Uniform Resource Locator (URL). Machines die met het internet verbonden zijn krijgen een IP-adres. Dit is een nummer dat kan worden gebruikt om berichten te sturen naar een machine. Aangezien een IP-adres een reeks nummers is en moeilijk te onthouden is het IP-adres verbonden met een domeinnaam.
Hypertext Markup Language (HTML) is het documentformaat dat wordt gebruikt voor webpagina’s. HTML documenten hebben een “head” en een “body”. De head bevat informatie over het document. Met het HTML element “” kunnen we javascript gebruiken.
Als je programma’s van het internet download kunnen hier gevaarlijke bestanden tussen staan. Het isoleren van een programmeeromgeving heet “sandboxing”, waarbij het idee is dat het programma onschadelijk in een zandbak speelt.

- Chapter 14: The Document Object Model
Het Document Object Model (DOM) is de gegevensstructuur die de browser gebruikt om het document weer te geven. Het probeert een taal neutrale interface te zijn. Deze datastructuur kan je vergelijken met een boom(syntaxtree) als deze een vertakte structuur heeft, geen cycli heeft (een knoop mag zichzelf niet bevatten, direct of indirect), en geen enkele, goed gedefinieerde wortel heeft.
DOM-knooppunten(nodes) bevatten knooppuntobjecten(node.object) met een bepaalde type(nodeType). Deze types bevatten een code die het knooppunt identificeert.
Het is mogelijk je door deze structuur te verplaatsen door middel van parentNode en childNode. Alle elementknooppunten hebben een “getElementsByTagName”-methode die alle elementen met de opgegeven tagname verzamelt die afstemmelingen zijn van dat knooppunt en ze retourneet als een array-achtig object.
Vrijwel alles over de DOM-structuur kan worden gewijzigd. De vorm hiervan kan worden gewijzigd met ouder-kindrelaties. Knooppunten (nodes) hebben een verwijder methode om ze uit hun huidige bovenliggende knooppunt te verwijderen. Een knooppunt kan slechts op een plaats in het document voorkomen.
Als je de methode “createTextNode” gebruikt geeft dit een tekstknooppunt wat in het document kan worden ingevoegd om op het scherm te laten zien.
Met HTML kan je een “Attribute” plaatsen op een knooppunt. Dit kan handig zijn omdat je hiermee extra informatie in een document kan opslaan. Een van de bekenste attributen is “Class”. Dit is een trefwoord in de javascript-taal. De eigenschap die wordt gebruikt hiervoor heet “className” om toegang te krijgen tot het verwerken van eigenschapsnamen. Verschillende HTML-elementen hebben een verschillende lay-out. Het P of H1 element nemen de hele breedte in van het document en heette “block-elementen”. Andere elementen zoals “a” of “strong” zijn inline omdat ze tussen tekst kunnen worden gezet.
Een style-attribuut kan meerdere declaraties bevatten.
“Voorbeeld: “color: red, border: none;”” als er meer dan een aangifte is dan moet xeze worden gescheiden door een comma. Het stijl systeem voor HTML wordt Cascading Style Sheets (CSS) genoemd. Een stylesheet is een set regels voor het stylen van elementen in een document. Je kan styling toepassen binnen in het document tussen de elementen <style> of je kan het bestand extern aanmaken en vide het document inladen.

Contributor guide

No contributing guide indexed for this repository

Research direction

No target file, test, or entry point is mentioned. First locate where chapter summaries belong, then compare the text with Chapters 4, 13, and 14 and confirm with a maintainer what format and scope are expected; done means the approved summary is added in the correct course-material location.

Written by the indexing model from the issue text.

Assessment

Tech stack
css, html, javascript
Domain
content, documentation
Issue type
Documentation
Difficulty
3/5
Estimated time
1-2 days
Activity status
Stale
Clarity
Needs clarification
Newbie friendliness
25/100

Get new issues in your inbox

A short digest of beginner-friendly GitHub issues.